EditieNº MMXXVI · 2026
Onafhankelijke uitgavedinsdag 8 september 2026

Kalenderkunst, neuskunst en de vrouwen op de kluisdeur
Oorlogsjaren

Censuur en regels

Postwetgeving, uitgevers en legerleiding bepaalden wat een pin-up mocht laten zien. Welke regels golden, wie ze handhaafde en hoe illustratoren ermee omgingen.

Cartoon uit de oorlogsjaren met een moeder en een kind
Foto: Unknown authorUnknown author or not provided — Public domain · Wikimedia Commons

Drukwerk met een boodschap

De tekening hierboven komt uit de oorlogsjaren: een huiselijke scène met een grap over de rol van vrouwen in de oorlog. Zulke prenten en de pin-ups uit dezelfde bladen deelden hetzelfde speelveld, en dat speelveld had duidelijke grenzen.

De postwet

In de Verenigde Staten verbood een negentiende-eeuwse wet het versturen van als obsceen aangemerkt materiaal per post. Omdat kalenders en tijdschriften per post gingen, bepaalde die wet in de praktijk wat er getekend kon worden. Uitgevers hielden daarom zelf de teugels strak.

De zaak rond Esquire

In 1943 probeerde de posterijen het tweederangs posttarief van Esquire in te trekken vanwege de pin-uppagina's. Het blad procedeerde door tot het Hooggerechtshof en won in 1946: de overheid mocht niet bepalen wat fatsoenlijk genoeg was voor korting op porto. Die uitspraak gaf het genre juridisch lucht.

Zelfcensuur bij uitgevers

Belangrijker dan de wet waren de opdrachtgevers. Een bedrijf dat een kalender met zijn naam erop weggaf, wilde geen gedoe met klanten. Illustratoren kregen dus richtlijnen: geen naaktheid, geen alcohol in beeld, geen situaties die als grof konden gelden.

Bij het leger

Ook binnen de krijgsmacht bestonden regels, wisselend per onderdeel en per commandant. Op toestellen werd soms kleding overgeschilderd voordat er persfoto's werden gemaakt, en in gemeenschappelijke ruimtes gold vaak strengere handhaving dan in privéhoeken.

Hoe illustratoren ermee omgingen

De beperkingen maakten het genre juist herkenbaar. Alles draaide om suggestie: een rok die opwaait, een strik die losschiet, een blik die de kijker aankijkt. Wat niet getoond mocht worden, werd het onderwerp van de compositie.

Latere blik

Vanaf de jaren zestig veranderde de discussie: niet de zedelijkheid maar de beeldvorming van vrouwen kwam centraal te staan. Dat is nog steeds het kader waarin over dit materiaal wordt gesproken, en het verklaart waarom musea het tonen met uitleg over de tijd waarin het ontstond.

De grens verschoof mee

Wat in 1935 nog te ver ging, was in 1950 gewoon, en wat in 1950 gewoon was, verdween in de jaren zestig uit de kalenders omdat de smaak veranderde. De regels waren dus geen vast kader maar een bewegende grens, telkens bepaald door uitgevers die geen klachten wilden en door een publiek dat gewend raakte.

Vergelijk met Europa

In Europa liep de ontwikkeling anders: geen postwet die het beeld stuurde, maar wel oorlog, papierschaarste en bezetting. Het genre kwam hier pas na 1945 breed op, via Amerikaanse tijdschriften en soldaten, en het bleef kleiner van omvang. Dat is de reden dat vrijwel al het originele materiaal dat u tegenkomt Amerikaans is.

Veelgestelde vragen

Niet als zodanig. Wel bepaalden postwetgeving en uitgeversregels wat er te zien mocht zijn, en dat hield het genre bij suggestie.
Dat de posterijen het gunstige posttarief niet mochten intrekken op grond van een oordeel over de inhoud. Het vonnis stamt uit 1946.
Geen officiële, maar uitgevers hanteerden vaste huisregels: geen naaktheid, geen alcohol in beeld en niets wat klanten van de kalender zou kunnen storen.