Een opdracht, geen inval
De vrouw op deze afbeelding trekt aan een touw, in een wit hemd met een anker erop. Zulke beelden ontstonden niet spontaan: een uitgever bestelde twaalf platen voor een kalender, gaf het thema en de maat op, en de illustrator leverde. De grap moest binnen een seconde te vatten zijn.
Eerst de foto
De illustrator zette het model in de gewenste houding en maakte foto's, vaak in zijn eigen atelier met een eenvoudige achtergrond. Die foto's dienden als geheugensteun voor licht, plooien en houding. Van Elvgren zijn honderden van zulke referentiefoto's bewaard gebleven.
Schets en compositie
Op basis van de foto volgde een schets waarin de compositie werd vastgelegd: waar valt het licht, waar zit de beweging, waar komt de tekstregel. In die fase werden de verhoudingen al aangepast, want een letterlijke weergave werkte niet op een kalenderblad.
De correcties
Benen langer, taille smaller, ogen groter, handen kleiner: de aanpassingen waren systematisch en bewust. Ze zijn goed te zien als u een referentiefoto naast het eindresultaat legt. Het is dezelfde logica als bij een affiche: het beeld moet van vier meter afstand werken.
Olieverf op paneel
Geschilderd werd meestal met olieverf op board of doek, in een formaat rond de zestig bij vijfenzeventig centimeter. De huid werd in dunne lagen opgebouwd, de achtergrond bleef effen. Dat maakt de originelen tot gewone, degelijk geschilderde doeken, hoe commercieel de opdracht ook was.
Naar de drukker
Het schilderij ging naar de uitgever, die het liet fotograferen en in kleur liet drukken, meestal in oplages van tienduizenden. Op het kalenderblad kwamen de bedrijfsnaam, de maandkalender en soms een grappige tekstregel. Het origineel had daarna weinig waarde en verdween naar een archief of naar de vuilnis.
Waarom het vak verdween
Fotografie werd goedkoper, sneller en op den duur overtuigender voor dit doel. In de jaren zestig verschoof het werk naar fotostudio's en verloor de geschilderde pin-up zijn commerciële functie. De illustratoren die bleven, werkten voor tijdschriften of stapten over op ander werk.
Wat de referentiefoto's laten zien
Van een deel van het werk zijn zowel de foto als het schilderij bewaard gebleven, en die combinatie is leerzaam. U ziet dat de houding klopt, maar dat de verhoudingen zijn bijgesteld en dat storende details verdwenen: een plooi, een schaduw, een stoelpoot. Wie die twee naast elkaar legt, begrijpt in één keer wat illustratie van fotografie onderscheidt.
Het model
Modellen werden per sessie betaald en bleven meestal anoniem; op het schilderij werd hun gezicht bovendien aangepast, zodat het beeld niet naar één persoon verwees. Enkele namen zijn later bekend geworden, onder wie Myrna Hansen en Janet Rae, en van Earl Moran is gedocumenteerd dat hij in de jaren veertig met de jonge Norma Jeane Baker werkte. Voor de illustrator was het model gereedschap, niet het onderwerp.
